Keep the Faith

Jouw online gids in onzekere tijden

Afbeelding bij Kunnen we wat leren van het sabbatsjaar?

Kunnen we wat leren van het sabbatsjaar?

Door: Bas van der Graaf

Bas van der Graaf is dominee en begeleidt tal van vernieuwingsprojecten binnen de Protestantse Kerk van Amsterdam.
Foto door Eli Defaria.

Te midden van alle verliezen en beperkingen die de coronacrisis met zich meebrengt hoor ik mensen toch ook steeds vaker zeggen: het is óók wel een verademing.

Een verademing voor de natuur: de lucht die veel schoner is, het zingen van de vogels dat veel beter hoorbaar is, de rust op de wegen. Een verademing ook voor onszelf: een minder volle agenda, weinig angst meer om iets te missen (fomo, fear of missing out) omdat het er gewoon niet meer is, tijd voor dingen waar je lang niet bij stilstond.


De verademing van de sabbat

Een verademing. Dat woord doet me denken aan het woord ‘sabbat’, de bijbelse rustdag. Eén van de vertalingen van dit werkwoord is: op adem komen. Na een periode van inspanning en belasting is er een afgebakende tijd om weer op adem te komen, om weer te resetten. Dat kan een dag zijn, de sabbat als rustdag. Maar het kan ook - en dat is minder bekend – een jaar zijn. Volgens de wetten van het Oude Testament moest niet alleen de zevende dág maar ook het zevende jáár vrij gehouden worden om te rusten. Die rust gold in dat zevende jaar dan vooral de akkers en de boomgaarden. ‘Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten. Het is een sabbatsjaar dat aan de Heer gewijd is’ (Leviticus 25). Een jaar lang mag het land dus braak liggen, om zich te herstellen, om als het ware op adem te komen. Zoals ook de mensen en de dieren dat wekelijks nodig hebben op de rustdag.


Een gedwongen sabbat?

Niemand van ons heeft voor deze periode van relatieve stilstand gekozen. Als het ons van te voren per referendum gevraagd zou zijn was het er nooit doorgekomen. Het coronavirus heeft ons de keuze uit handen genomen en ons gedwongen stil te staan. Zoals allerlei adem- en hartklachten mij in januari dwongen om tot stilstand te komen en de akker van mijn werk en leven een tijd braak te laten liggen. We zijn van buitenaf tot deze sabbatsperiode gedwongen. Veel liever hadden we natuurlijk een sabbatical genómen. Je weet wel, zo’n periode waarin je jezelf de tijd en ruimte gunt om verder te groeien, nieuwe ervaringen op te doen, maar het liefst wel onder je eigen voorwaarden en op het moment dat het jóu uitkomt. Maar er viel niets te nemen, alleen maar iets te accepteren. Een sabbatsperiode – een maand, een half jaar, een jaar? – die ons is opgelegd.


Een onverwacht geschenk


Blijven we knarsetanden over wat ons is opgelegd, of zien we deze tijd ook als een geschenk? De wetten van het sabbatsjaar kunnen daar geloof ik wel bij helpen. Hier kort vier lessen:


1. Gun het land rust.


De wetstekst zegt: het land moet rust krijgen. Het lánd. Dat gaat dus even niet over mij, maar over de schepping waarin ik mag leven. Die schepping moet ik met heel mijn hart rust gunnen. Daar plezier in hebben, met die ogen om me heen kijken: wat fijn dat het land even wat rust krijgt. Kijk hoe het het heldere water en de blauwe lucht juichen. De schepping mag weer even opademen. Dat gun ik het land, ondanks de prijs die ik ervoor moet betalen.


2. De spontane opbrengst is voor allen


De tekst zegt verder: ‘Wat er in dat jaar op het land groeit is voor jullie allen. Je mag er zelf van eten, maar ook je slaven, je loonarbeiders en de vreemdelingen die bij je te gast zijn.’ Als het land braak ligt groeit er toch van alles. Dat zien we ook in deze maanden gebeuren. Als business as usual stilvalt bloeit er toch van alles op. En veel van die opbrengst wordt inderdaad gedeeld met anderen. Ok, we hebben even gehamsterd, maar bovenal wordt wat er nog wel groeit en gemaakt kan worden ingezet om anderen te helpen. Laten we goed om ons heen kijken wat er nog wel op onze ‘akkers en boomgaarden’ te vinden is en het inzetten voor allen. En let vooral op hen die het het hardst nodig hebben.


3. Val terug op de zegeningen van de jaren hiervoor


Er staat ook een bijzondere belofte in de tekst: ‘En mochten jullie je (bezorgd) afvragen waarvan je het zevende jaar moet leven als je niet mag zaaien en oogsten, bedenk dan dat ik jullie het zesde jaar zal zegenen met een oogst die voor drie jaar toereikend is, zodat je in het achtste jaar weer kunt zaaien en tot in het negende jaar kunt leven van de oude oogst.’ Als het goed is is de overvloed van voorgaande jaren ook een reserve geworden voor dit sabbatsjaar. Wij leven in een land dat heel veel reserves heeft, waar we nu op mogen terugvallen. De regering gebruikt die reserves ook om te ondersteunen waar kan, dat is mooi. Tegelijkertijd zijn we allemaal kwetsbaar, omdat ook nu weer blijkt dat we in allerlei opzichten niet voorbereid waren op dit onverwachte sabbatsjaar. Laten we daarom dankbaar zijn voor de reserves die er wél zijn, ze zo solidair mogelijk inzetten en tegelijk lessen leren over hoe we in de toekomst zegeningen niet alleen consumeren maar ook reserveren.


4. Wijdt de sabbatstijd aan de Heer


Tenslotte de zin die hierboven al geciteerd werd: ‘Het is een sabbatsjaar dat aan de Heer gewijd is.’ Dat betekent zoveel als: laat in dat jaar de Schepper zijn werk doen en zet je eigen plannen en belangen even aan de kant. Het betekent ook: besef in dat jaar dat je akker en je boomgaard niet van jezelf is, maar van de Schepper. Erken dat met dankbaarheid en ook in het vertrouwen dat er voor je gezorgd wordt, juist als je een stap terug doet. Zo wordt het sabbatsjaar ook een oefening in afhankelijkheid en dankbaarheid.


Het is crisistijd, maar ook tijd om op adem te komen!




Meer in Amsterdam

Wekelijkse update ontvangen?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week de nieuwste berichten in je mailbox.

Vul een geldig email adres in.

Nee, dank je